Elektriciteit – Module 2

Klik op een plaatje of op Luister. Je hoort de titel Ên de uitleg.

1

Blok 1 – Een lamp brandt niet vanzelf

Blok 1 – Een lamp brandt niet vanzelf

Kijk naar een lamp. De lamp geeft helder licht. Maar hoe komt dat eigenlijk? De lamp heeft elektriciteit nodig om te werken. Zonder elektriciteit blijft de lamp helemaal donker en uit. Een apparaat werkt alleen als er elektriciteit beschikbaar is.

2

Blok 2 – Een batterij en een lamp

Blok 2 – Een batterij en een lamp

Stel dat je een losse batterij en een losse lamp hebt. Als je ze los naast elkaar op tafel legt, gebeurt er niets. De lamp blijft gewoon uit. Er moet een goede verbinding zijn tussen de batterij en de lamp. Elektriciteit moet een duidelijke weg kunnen volgen.

3

Blok 3 – Wat is een stroomkring?

Blok 3 – Wat is een stroomkring?

Een stroomkring is een gesloten pad waar elektriciteit doorheen kan bewegen. Een eenvoudige stroomkring bestaat uit een batterij, een draad en een lamp. Alle onderdelen zijn netjes met elkaar verbonden. Zonder een gesloten kring loopt er geen stroom.

4

Blok 4 – Een gesloten stroomkring

Blok 4 – Een gesloten stroomkring

Stel dat de batterij, de draad en de lamp helemaal goed zijn aangesloten. De kring is dan volledig gesloten. De elektriciteit kan nu zonder problemen rondjes stromen, en de lamp gaat direct branden. Een gesloten kring laat de stroom goed door.

5

Blok 5 – Een open stroomkring

Blok 5 – Een open stroomkring

Nu halen we ÊÊn enkele draad los. De stroomkring is nu niet meer gesloten, en de lamp gaat meteen uit. Dit noemen we een open stroomkring. Onthoud goed: zelfs een hele kleine onderbreking stopt de stroom direct.

6

Blok 6 – De schakelaar

Blok 6 – De schakelaar

Een schakelaar opent of sluit een stroomkring heel makkelijk. Staat de schakelaar aan? Dan is de kring gesloten en brandt de lamp. Staat de schakelaar uit? Dan is de kring open en gaat de lamp uit. Een schakelaar regelt dus de stroomkring.

7

Blok 7 – De stroom maakt een rondje

Blok 7 – De stroom maakt een rondje

Veel mensen denken dat stroom maar ÊÊn kant op gaat, maar dat klopt niet. De stroom gaat helemaal door de hele kring heen. Het stroomt van de bron naar het apparaat en weer helemaal terug. Daarom spreken we altijd van een stroomkring. Elektriciteit heeft altijd een heenweg Ên een terugweg nodig.

8

Blok 8 – Meer voorbeelden van stroomkringen

Blok 8 – Meer voorbeelden van stroomkringen

Ook apparaten zoals een zaklamp, deurbel, televisie, smartphone en wasmachine bevatten stroomkringen. Deze stroomkringen zijn vaak een stuk groter en ingewikkelder, maar het basisprincipe blijft precies hetzelfde. Vrijwel elk elektrisch apparaat bevat ÊÊn of meer stroomkringen.

9

Blok 9 – Storingen in een stroomkring

Blok 9 – Storingen in een stroomkring

Soms werkt een apparaat plotseling niet meer. Mogelijke oorzaken zijn een losse draad, een kapotte schakelaar, een lege batterij of een defect onderdeel. De stroomkring is dan ergens onderbroken. Veel storingen ontstaan simpelweg doordat een stroomkring niet meer helemaal gesloten is.

10

Blok 10 – Samenvatting

Blok 10 – Samenvatting

In deze module heb je geleerd wat een stroomkring is, wat het verschil is tussen een gesloten en een open kring, en hoe een schakelaar precies werkt. Je weet nu waarom een lamp alleen brandt bij een gesloten kring. Je begrijpt hiermee het belangrijkste basisprincipe van elektriciteit!