Elektriciteit – Module 3

Spanning: waarom stroom gaat bewegen. Klik op een plaatje of op Luister.

Waarom stroom gaat bewegen

In de vorige module heb je geleerd dat een stroomkring gesloten moet zijn. Maar een gesloten stroomkring alleen is niet genoeg. Er moet ook iets zijn dat de stroom in beweging brengt. Dat noemen we: spanning.

1

Blok 1 – Wat is spanning?

Blok 1 – Wat is spanning?

Spanning zorgt ervoor dat elektrische stroom kan gaan lopen. Zonder spanning gebeurt er niets. Een batterij levert spanning. Een stopcontact levert spanning.

Wat betekent dit voor jou?
Spanning is de aandrijving van elektriciteit.
2

Blok 2 – Vergelijking met waterdruk

Blok 2 – Vergelijking met waterdruk

Spanning kun je vergelijken met waterdruk. Stel: een tuinslang ligt op de grond. Er zit geen druk op. Dan stroomt er geen water. Draai je de kraan open? Dan ontstaat druk. Het water gaat stromen.

Wat betekent dit voor jou?
Spanning werkt ongeveer zoals druk in een waterleiding.
3

Blok 3 – De eenheid volt

Blok 3 – De eenheid volt

Spanning wordt gemeten in volt. De afkorting is V. Voorbeelden zijn: een batterij van 1,5 V, een autoaccu van 12 V en een stopcontact van 230 V.

Wat betekent dit voor jou?
Volt is de maat waarmee spanning wordt aangegeven.
4

Blok 4 – Een batterij levert spanning

Blok 4 – Een batterij levert spanning

Kijk naar een gewone batterij. Op de batterij staat vaak: 1,5 V. Dat betekent: de batterij levert een spanning van 1,5 volt. Daardoor kan een lampje branden.

Wat betekent dit voor jou?
Zonder spanning uit de batterij blijft het lampje uit.
5

Blok 5 – Een stopcontact levert meer spanning

Blok 5 – Een stopcontact levert meer spanning

Een stopcontact levert veel meer spanning dan een batterij. In Nederland is dat 230 volt. Dat is veel meer dan 1,5 volt. Daarom moet je voorzichtig zijn.

Wat betekent dit voor jou?
Hoe hoger de spanning, hoe gevaarlijker elektriciteit kan zijn.
6

Blok 6 – Lage spanning en hoge spanning

Blok 6 – Lage spanning en hoge spanning

Voorbeelden van lage spanning zijn: een 1,5 V batterij, een 12 V autoaccu en 24 V besturingssystemen. Voorbeelden van hogere spanning zijn: een 230 V stopcontact en hoogspanningslijnen.

Wat betekent dit voor jou?
Niet alle elektrische installaties werken met dezelfde spanning.
7

Blok 7 – Waarom zijn verschillende spanningen nodig?

Blok 7 – Waarom zijn verschillende spanningen nodig?

Niet ieder apparaat heeft dezelfde spanning nodig. Een zaklamp werkt met een batterij. Een auto werkt vaak met 12 volt. Een woning gebruikt meestal 230 volt. De juiste spanning is belangrijk voor een goede werking.

Wat betekent dit voor jou?
Apparaten zijn ontworpen voor een bepaalde spanning.
8

Blok 8 – Wat gebeurt er bij te weinig spanning?

Blok 8 – Wat gebeurt er bij te weinig spanning?

Stel dat een apparaat 12 volt nodig heeft. Je geeft maar 6 volt. Dan werkt het apparaat vaak niet goed. Of het werkt helemaal niet.

Wat betekent dit voor jou?
Te weinig spanning kan problemen veroorzaken.
9

Blok 9 – Wat gebeurt er bij te veel spanning?

Blok 9 – Wat gebeurt er bij te veel spanning?

Stel dat een apparaat ontworpen is voor 12 volt. Je sluit het aan op 230 volt. Dan kan het apparaat beschadigd raken. Soms ontstaat zelfs brand.

Wat betekent dit voor jou?
De juiste spanning is belangrijk voor veiligheid.
10

Blok 10 – Samenvatting

Blok 10 – Samenvatting

In deze module heb je geleerd wat spanning is, dat spanning stroom laat bewegen, dat spanning wordt gemeten in volt, dat batterijen en stopcontacten spanning leveren, en dat verschillende apparaten verschillende spanningen gebruiken.

Wat betekent dit voor jou?
Je begrijpt nu waarom elektriciteit kan gaan stromen.