Elektriciteit – Module 8

Vermogen: hoeveel elektriciteit gebruikt een apparaat? Klik op een plaatje of op Luister.

1

Blok 1 – Wat is vermogen?

Blok 1 – Wat is vermogen?

Wanneer een apparaat werkt, gebruikt het elektriciteit. Sommige apparaten gebruiken weinig elektriciteit. Andere gebruiken juist veel. De hoeveelheid elektriciteit die een apparaat per seconde gebruikt noemen we het vermogen. Dat vermogen wordt gemeten in watt.

💡 Wat betekent dit voor jou?
Vermogen laat zien hoe "zwaar" een apparaat elektriciteit gebruikt.
2

Blok 2 – De eenheid watt

Blok 2 – De eenheid watt

Vermogen wordt gemeten in watt. De afkorting is W. Voorbeelden zijn: een LED-lamp van 6 W, een laptop van 65 W en een waterkoker van 2000 W. Hoe groter het aantal watt, hoe meer vermogen het apparaat gebruikt.

💡 Wat betekent dit voor jou?
Watt is de maat voor elektrisch vermogen.
3

Blok 3 – De formule voor vermogen

Blok 3 – De formule voor vermogen

Vermogen hangt samen met spanning en stroom. De formule is: P = U × I. Daarbij betekent P vermogen in watt, U spanning in volt en I stroom in ampère. Je hoeft de formule nog niet uit je hoofd te leren. Belangrijker is dat je begrijpt wat zij betekent.

💡 Wat betekent dit voor jou?
Vermogen hangt af van zowel spanning als stroom.
4

Blok 4 – Een eenvoudig voorbeeld

Blok 4 – Een eenvoudig voorbeeld

Een batterij levert 5 volt. Er loopt een stroom van 500 milliampère. 500 milliampère is 0,5 ampère. De berekening wordt dan: P = 5 × 0,5. Het vermogen is dus 2,5 watt.

💡 Wat betekent dit voor jou?
Met spanning en stroom kun je eenvoudig het vermogen berekenen.
5

Blok 5 – Waarom gebruikt een waterkoker zoveel vermogen?

Blok 5 – Waarom gebruikt een waterkoker zoveel vermogen?

Een LED-lamp gebruikt bijvoorbeeld 6 watt. Een waterkoker gebruikt ongeveer 2000 watt. Een waterkoker moet water snel verwarmen. Daarvoor is veel energie nodig. Een LED-lamp hoeft alleen licht te geven.

💡 Wat betekent dit voor jou?
Niet ieder apparaat heeft hetzelfde vermogen nodig.
6

Blok 6 – Vermogen en energie

Blok 6 – Vermogen en energie

Vermogen en energie zijn niet hetzelfde. Vermogen vertelt hoeveel energie per seconde wordt gebruikt. Energie is de hoeveelheid elektriciteit die beschikbaar is. Een batterij bevat een beperkte hoeveelheid energie. Na verloop van tijd raakt die energie op. De batterij is dan leeg.

💡 Wat betekent dit voor jou?
Een apparaat kan alleen werken zolang er energie beschikbaar is.
7

Blok 7 – Waarom raakt een batterij leeg?

Blok 7 – Waarom raakt een batterij leeg?

Een batterij slaat energie op. Tijdens het gebruik levert de batterij steeds spanning en stroom. Daardoor wordt de opgeslagen energie langzaam verbruikt. Na enige tijd is alle energie opgebruikt. De batterij moet dan worden vervangen of opgeladen.

💡 Wat betekent dit voor jou?
Een batterij raakt leeg omdat de opgeslagen energie wordt gebruikt.
8

Blok 8 – Vermogen in huis

Blok 8 – Vermogen in huis

In een woning gebruiken verschillende apparaten verschillend vermogen. Voorbeelden zijn: een LED-lamp van 6 watt, een televisie van 100 watt, een stofzuiger van 800 watt en een waterkoker van 2000 watt. Samen bepalen deze apparaten hoeveel elektriciteit een woning gebruikt.

💡 Wat betekent dit voor jou?
Grote apparaten gebruiken meestal veel meer vermogen dan kleine apparaten.
9

Blok 9 – Waarom is vermogen belangrijk?

Blok 9 – Waarom is vermogen belangrijk?

Installateurs kijken vaak naar het vermogen van apparaten. Daarmee kunnen zij bepalen welke kabel nodig is, welke zekering geschikt is en hoeveel apparaten tegelijk gebruikt kunnen worden. Vermogen helpt dus bij het ontwerpen van veilige installaties.

💡 Wat betekent dit voor jou?
Vermogen is belangrijk voor een veilige en goede elektrische installatie.
10

Blok 10 – Samenvatting

Blok 10 – Samenvatting

In deze module heb je geleerd wat vermogen is, dat vermogen wordt gemeten in watt, dat vermogen afhangt van spanning en stroom, hoe je eenvoudig vermogen kunt berekenen en wat het verschil is tussen vermogen en energie.

💡 Wat betekent dit voor jou?
Je kent nu de vier belangrijkste begrippen van de elektrotechniek: spanning in volt, stroom in ampère, weerstand in ohm en vermogen in watt. Hiermee heb je de belangrijkste basis van elektriciteit geleerd.