Tandarts
Hier is een lijst met veel voorkomende termen die te maken hebben met de tandarts:
1. Tandarts
Uitleg: Een dokter die je tanden controleert en behandelt.
2. Afspraak
Uitleg: De tijd waarop je naar de tandarts gaat.
3. Controle
Uitleg: Een bezoek waarbij de tandarts kijkt of je tanden en kiezen gezond zijn.
4. Tandplak
Uitleg: Een laagje vuil op je tanden dat je kunt weghalen door goed te poetsen.
5. Gaatje
Uitleg: Een klein gat in je tand dat de tandarts moet vullen.
6. Vulling
Uitleg: Materiaal dat de tandarts in een gaatje stopt om de tand te herstellen.
7. Wortelkanaalbehandeling
Uitleg: Een behandeling waarbij de tandarts het binnenste van een tand schoonmaakt en vult.
8. Verdoving
Uitleg: Een prik die de tandarts geeft zodat je geen pijn voelt tijdens een behandeling.
9. Tandsteen
Uitleg: Hard geworden vuil op je tanden dat de tandarts moet weghalen.
10. Fluoride
Uitleg: Een stof die helpt om je tanden sterk en gezond te houden.
11. Beugel
Uitleg: Een apparaatje dat helpt om je tanden recht te zetten.
12. Tandvlees
Uitleg: Het roze deel rondom je tanden.
13. Tandvleesontsteking
Uitleg: Een probleem waarbij je tandvlees rood en pijnlijk wordt.
14. Kroon
Uitleg: Een kapje dat de tandarts over een beschadigde tand zet om deze te beschermen.
15. Brug
Uitleg: Een vervanging voor een of meer tanden, vastgemaakt aan andere tanden.
16. Extractie
Uitleg: Het trekken van een tand of kies.
17. Prothese
Uitleg: Een kunstgebit, oftewel neppe tanden.
18. Gebitsreiniging
Uitleg: Als de tandarts of assistent je tanden schoonmaakt.
19. Röntgenfoto
Uitleg: Een speciale foto om in je tanden en kiezen te kijken.
20. Mondhygiënist
Uitleg: Iemand die je helpt om je mond schoon en gezond te houden.