Rekenen – Module 1

Klik op een plaatje of op Luister. Je hoort de titel én de uitleg.

1

Blok 1 – Rekenen met hele getallen

Blok 1 – Rekenen met hele getallen

Hele getallen vormen de basis. Voorbeelden zijn 2, 15, 100 en 2500. In de techniek tel je vaak aantallen, zoals stopcontacten, lampen, meters kabel en schroeven.

2

Blok 2 – Optellen

Blok 2 – Optellen

Optellen is samenvoegen. Je telt hoeveelheden bij elkaar op. Bijvoorbeeld: 12 meter kabel plus 8 meter kabel is samen 20 meter kabel.

3

Blok 3 – Aftrekken

Blok 3 – Aftrekken

Aftrekken is eraf halen. Je gebruikt aftrekken als er iets wordt gebruikt of weggaat. Bijvoorbeeld: 25 meter kabel min 8 meter gebruikt is 17 meter over.

4

Blok 4 – Vermenigvuldigen

Blok 4 – Vermenigvuldigen

Vermenigvuldigen is herhaald optellen. Als je 4 kamers hebt met elk 3 stopcontacten, dan reken je 4 keer 3. Dat is 12 stopcontacten.

5

Blok 5 – Delen

Blok 5 – Delen

Delen is verdelen. Als je 24 schroeven verdeelt over 6 bakjes, krijgt elk bakje 4 schroeven. 24 gedeeld door 6 is 4.

6

Blok 6 – De juiste bewerking kiezen

Blok 6 – De juiste bewerking kiezen

Eerst denken, dan rekenen. Vraag jezelf af: tel ik hoeveelheden bij elkaar, haal ik iets weg, heb ik meerdere gelijke groepen, of verdeel ik iets?

7

Blok 7 – Rekenen met materialen

Blok 7 – Rekenen met materialen

Bij materialen gebruik je soms meerdere bewerkingen achter elkaar. Je telt materialen bij elkaar op en trekt daarna af wat al gebruikt is.

8

Blok 8 – Rekenen met kosten

Blok 8 – Rekenen met kosten

Ook bij prijzen moet je rekenen. Als 8 stopcontacten nodig zijn en één stopcontact kost 6 euro, dan is de totale prijs 8 keer 6 euro. Dat is 48 euro.

9

Blok 9 – Controleer je antwoord

Blok 9 – Controleer je antwoord

Schatten en controleren voorkomt fouten. 25 plus 15 is ongeveer 40. Een antwoord zoals 400 klopt dan waarschijnlijk niet.

10

Blok 10 – Samenvatting

Blok 10 – Samenvatting

Optellen is bij elkaar tellen. Aftrekken is eraf halen. Vermenigvuldigen is meerdere keren hetzelfde optellen. Delen is verdelen. Deze vier bewerkingen vormen de basis van technisch rekenen.