Rek Module 10 – Praktijkopgaven

Technisch rekenen in de praktijk
Terug naar overzicht

Blok 1 – Alles komt samen

In de vorige modules heb je geleerd: optellen en aftrekken, vermenigvuldigen en delen, breuken, decimalen, verhoudingen, procenten, lengtematen, oppervlakte, inhoud en tijd en planning. In de praktijk gebruik je deze onderwerpen vaak tegelijk.
πŸ’‘Wat betekent dit voor jou?
Je leert nu rekenen zoals een vakman dat doet.

Blok 2 – Praktijkopgave: kabel leggen

Een elektromonteur moet kabel leggen naar drie ruimtes. Benodigde lengtes: 8 meter, 12 meter en 15 meter. Berekening: 8 + 12 + 15 = 35 meter. De monteur bestelt 40 meter. Zo blijft er wat reserve over.
πŸ’‘Wat betekent dit voor jou?
Vaak tel je meerdere afmetingen bij elkaar op.

Blok 3 – Praktijkopgave: vloer leggen

Een kamer is 5 meter lang en 4 meter breed. Oppervlakte: 5 Γ— 4 = 20 mΒ². De vloerbedekking wordt per vierkante meter verkocht. De vakman weet nu hoeveel materiaal nodig is.
πŸ’‘Wat betekent dit voor jou?
Oppervlakteberekeningen komen veel voor.

Blok 4 – Praktijkopgave: muur schilderen

Een muur is 4 meter breed en 2,5 meter hoog. Oppervlakte: 4 Γ— 2,5 = 10 mΒ². Het raam is 2 mΒ². Te schilderen oppervlakte: 10 βˆ’ 2 = 8 mΒ².
πŸ’‘Wat betekent dit voor jou?
Soms moet je delen aftrekken van een berekening.

Blok 5 – Praktijkopgave: buis op maat maken

Een installateur heeft een leiding nodig van 2,5 meter. Hij heeft twee stukken: 1 meter en 1,5 meter. Samen: 1 + 1,5 = 2,5 meter. De leiding heeft precies de juiste lengte.
πŸ’‘Wat betekent dit voor jou?
Decimalen worden veel gebruikt bij maten.

Blok 6 – Praktijkopgave: watertank

Een tank heeft een inhoud van 3 mΒ³. Hoeveel liter is dat? 3 Γ— 1000 = 3000 liter.
πŸ’‘Wat betekent dit voor jou?
Je moet kunnen wisselen tussen liters en kubieke meters.

Blok 7 – Praktijkopgave: materiaalverlies

Een tegelzetter bestelt 100 mΒ² tegels. Tijdens het werk gaat 5 mΒ² verloren. Hoeveel blijft over? 100 βˆ’ 5 = 95 mΒ². Het verlies bedraagt 5%.
πŸ’‘Wat betekent dit voor jou?
Bij veel werkzaamheden moet rekening worden gehouden met verlies.

Blok 8 – Praktijkopgave: werktijd

Een klus bestaat uit meten: 1 uur, monteren: 3 uur en testen: 1 uur. Totale werktijd: 1 + 3 + 1 = 5 uur.
πŸ’‘Wat betekent dit voor jou?
Een planning begint met het optellen van werkzaamheden.

Blok 9 – Praktijkopgave: technische tekening

Op een tekening met schaal 1 : 100 meet een muur 5 centimeter. Werkelijke lengte: 5 Γ— 100 = 500 centimeter. 500 centimeter = 5 meter.
πŸ’‘Wat betekent dit voor jou?
Schaalberekeningen helpen bij het lezen van technische tekeningen.

Blok 10 – Samenvatting

Technisch rekenen gaat niet over moeilijke wiskunde. Het gaat vooral over goed meten, logisch nadenken, eenvoudige berekeningen maken en controleren of een antwoord klopt. Dat zijn vaardigheden die iedere technicus nodig heeft.
πŸ’‘Wat betekent dit voor jou?
Je hebt nu een goede basis voor technisch rekenen op MBO-2 niveau.

πŸ… Certificaat Technisch Rekenen

De deelnemer heeft kennisgemaakt met:

  • hele getallen
  • breuken
  • decimalen
  • verhoudingen
  • procenten
  • lengtematen
  • oppervlakte
  • inhoud en volume
  • tijd en planning
  • praktische technische berekeningen

De deelnemer beschikt hiermee over de rekenvaardigheden die nodig zijn voor een technische opleiding op MBO-2 niveau en voor veel werkzaamheden in bouw, installatie- en elektrotechniek.

Datum: ____________________     Handtekening: ____________________

Opmerking

Deze cursus kan nog sterker worden met een beeldwoordenboek Technisch Rekenen.

  • πŸ”§ meter
  • πŸ“ centimeter
  • πŸ“ millimeter
  • ⬜ oppervlakte
  • πŸ“¦ inhoud
  • πŸ’§ liter
  • % procent
  • πŸ—ΊοΈ schaal
  • πŸ”— verhouding